English–Dutch dictionary

Dutch translation of the English word have a nut to crack with

English → Dutch
  
EnglishDutch (translated indirectly)Esperanto
(crevice; cleft; gap; split; fissure; chink); ;
🔗 Now and then we could see the lightning through cracks in the wall.
(clatter); ;
;
(burst; flaw)
(burst);
scheur
(burst; split); ;
(clap; click; rattle; snap; clatter; flap)
(break)
(break);
(fractionate; split up)
<in breuken verdelen>
frakciigi
(crack cocaine)
kraketkokaino
🔗 The husk is best removed when green, as the nuts taste better if it is removed then.
;
schroefmoer

EnglishDutch
have a nut to crack with een appeltje te schillen hebben met
crack barst; barsten; berst; bersten; best; bluf; bluffen; breken; breuk; crack; de oplossing vinden van; debiteren; doen barsten; doen knallen; elite‐; gekraak; geweldenaar; kei; keur‐; kier; klap; klappen; knak; knakken; knal; knallen; knap; knappen; knik; kraak; krak; kraken; krakken; labberdoedas; laten knappen; ontcijferen; openspringen; opsnijden; opsnijder; prima; reet; scheur; scheuren; sjiek; slag; soldaat maken; spleet; springen; uitblinker
nut bal; freak; gek; heertje; hoofd; idioot; kanis; kloot; kop; mafkees; mafketel; moer; moerschroef; noot; noten plukken; schroefmoer; slof; test