English–Dutch dictionary

Dutch translation of the English word slaughterer

English → Dutch
  
EnglishDutch (translated indirectly)Esperanto
slaughterer
(butcher)
slachter
slaughter
(butcher)
slaughter
(slaughtering; butchery)
slacht
;

EnglishDutch
slaughterer slachter
slaughter afmaken; afslachten; bloedbad; een slachting aanrichten onder; een slachting houden onder; in de pan hakken; slacht; slachten; slachting; slachtpartij