Informatie over het woord imply (Engels → Esperanto: signifi)

Synoniemen: denote, mean, represent, signify, stand for

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ɪmˈplaɪ̯/
Afbrekingim·ply

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(he) implis, implieth(he) implied
(they) imply(they) implied
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(he) imply(he) implied
(they) imply(they) implied
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
implyingimplied

Vertalingen

Afrikaansbeteken
Catalaanssignificar
Deensbetyde
Duitsbedeuten; bezeichnen; heißen
Esperantosignifi
Faeröersmerkja; týða
Finsmerkitä
Franssignifier
IJslandsmerkja; þýða
Italiaanssignificare
Maleisberarti
Nederduitsbeteykenen
Nederlandsbeduiden; betekenen; staan voor
Papiamentsnifiká
Poolsmieć znaczenie; znaczyć
Portugeesdenotar; querer dizer; significar
Roemeensînsemna
Saterfriesbeteekenje; betjuude
Spaanssignificar
Srananbodoy
Thaisหมาย
Tsjechischnaznačit; označit; znamenat
Zweedsbeteckna; betyda; teckna