Informatie over het woord premi

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingprem·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdpremas
Verleden tijdpremis
Toekomende tijdpremos
 
Voorwaardelijke wijs
premus
 
Gebiedende wijs
premu

 Deelwoorden
 Actieve deelwoordenPassieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdpremantapremata
Verleden tijdpremintapremita
Toekomende tijdpremontapremota

Vertalingen

Catalaanscomprimir; empènyer; oprimir; pitjar; prèmer; premsar
Deenstrykke
Duitsbeklemmen; drücken; bedrücken; pressen; zwängen
Engelsoppress; pinch; press; squeeze
Faeröerskroysta; spenna; trýsta
Finspuristaa
Fransappuyer en écrasant; presser; serrer
Hongaarsfog; vesz
Italiaanspremere; serrare; stringere
Latijnpremere
Luxemburgsdrécken
Nederlandsdringen; drukken; knellen; persen; pressen; onder druk zetten; druk uitoefenen
Papiamentsprimi
Poolsściskać
Portugeesapertar; comprimir; espremer
Saterfriesbedrukke; duukje; knuuwje; präsje; taie; taierje
Schots-Gaelischteannaich
Spaansapretar; presionar
Thaisกด
Westerlauwers Friesdrukke; kringe
Zweedstrycka