Informatie over het woord vizitadi

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingvi·zit·ad·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdvizitadas
Verleden tijdvizitadis
Toekomende tijdvizitados
 
Voorwaardelijke wijs
vizitadus
 
Gebiedende wijs
vizitadu

 Deelwoorden
 Actieve deelwoordenPassieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdvizitadantavizitadata
Verleden tijdvizitadintavizitadita
Toekomende tijdvizitadontavizitadota

Vertalingen

Catalaansfreqüentar; visitar regularment
Duitsfrequentieren; verkehren; Umgang haben mit; besuchen
Engelsattend; frequent
Fransfréquenter; hanter
Nederlandsbezoeken; frequenteren; over de vloer komen
Poolsodwiedzać; zwiedzać
Portugeesfreqüentar
Spaansfrecuentar