Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word hangen

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
(ophangen; opknopen);
🔗 Degenen die wensen te worden gehangen, kunnen nu naar gindse galg lopen.
;
🔗 Mijn geweer hing er al.
(ophangen; opknopen)
🔗 Hij hing het aan de genoemde knop en wilde zijn oude hoed erbij hangen.
🔗 Als u hem vermoord hebt, zal ik zorgen dat u hangt.
(afhankelijk zijn van; aangewezen zijn op);
depend on
;
🔗 Wat wij doen, hangt af van de vraag wanneer zij komen.
adhere to
🔗 En welke partij hangt hij aan?
;
🔗 Elk van deze landen hangt het principe aan dat de overheid neutraal moet zijn ten aanzien van godsdiensten.
;
malsuprenpendi
;
tapeti
(oorbel; oorhanger)
ear‐drop
(bedeltje)
(kleerkast; klerenkast)
clothes‐press
;
hanging lamp
(opknopen; hangen);
🔗 Het kan me niets schelen, al hangen ze mij ervoor op.
(hangen; opknopen);
🔗 Die heb ik met opzet opgehangen.
overhang
🔗 Stephens trok zich terug in de schaduw van een overhangende struik en wachtte maar weer af.
(flaneren; slenteren)
lounge about
;
🔗 Dat krijg je als gewone mensen de dure meneer willen uithangen, hè?
;
be found
;
🔗 Op dat moment had ik er ook geen idee van waar Ralph uithing.
alpendigi

DutchEnglish
hangen be suspended; cling; depend; hang; hanging; hover; loll; lounge; sag; sag down; sling; swing
aan een spijker hangen be hung from a nail
aan een touw hangen hang by a rope
aan een zijden draadje hangen hang by a thread
afhangen van depend on; depend upon; hang on; be dependent on; turn on
blijven hangen aan be caught in
de lip laten hangen pout; hang its lip
er zal weinig van blijven hangen very little of it will stick in the memory
het hoofd laten hangen hang one’s head
het was tussen hangen en wurgen it was a tight squeeze
hij is daar blijven hangen he has stuck there
aanhangen adhere; adhere to; cling; tag
afhangen depend; droop; hang; hang down; reach down
behangen hang; paper; wallpaper
hangasperge Sprenger’s asparagus; asparagus fern; fox‐tail asparagus
hangbuik pot‐belly
hangend flaggy; hanging; pendent; pending; pendulous; pensile
hanger sling; hanger; pendant; ear‐drop
hangerig listless; languid
hangertje charm; pendant
hangkast hanging wardrobe
hangklok hanging clock
hanglamp hanging lamp
hanglip hanging lip
hangmap suspended filing folder
hangplant hanging plant
hangslot padlock
hangsnor drooping moustache
hangwerk truss
loshangen hang loose
omhángen hang
ómhangen put on; wrap round one; hang otherwise; hang about; loll about
ophangen sling; gibbet; hang; hang out; hang up; peg; put up; replace; suspend; string up; swing
overhangen overhang; hang over; incline; beetle
rondhangen bum around; frig about; frig around; lounge; lounge around; mill about; mill around; mooch; wait about; wait around; hang about; stand about; lounge about
samenhangen cohere; hang together; hold together; be connected
uithangen affect; do; hang out; heave out; play
verhangen rehang; hang otherwise
voorhangen put up; hang in front; propose for membership; be put up; be proposed for membership
vooroverhangen hang forward