Engels–Nederlands woordenboek

Nederlandse vertaling van het Engelse woord spell

Engels → Nederlands
  
EngelsNederlands (indirect vertaald)Esperanto
literumi
;
(delusion);
(fascination)
(abracadabra)
🔗 If it were ever necessary, a spell exists to take one there.
;
sorĉvortoj
at a spell
(at a stretch; on end; incessantly)
hot spell
(heat‐wave)
spell out
(syllabicate)
silabi
spelling
(orthography)
schrijfwijze
;
spelling
spelling
spelling
EngelsNederlands
spellban; begoocheling; bekoring; betekenen; betovering; beurt; bezweringsformule; bezweringsformulier; periode; poos; spellen; spreuk; tijdje; tijdspanne; toverformule; toverkracht; tovermacht; tovermiddel; toverspreuk; toverwoord; voorspéllen; werktijd
at a spellaan één stuk door; achtereen
be under a spellgebiologeerd zijn; gefascineerd zijn
cast a spell onbetoveren; fascineren
fall under the spell ofonder de bekoring komen van
have a spell at somethingeen tijdje ergens mee bezig zijn
hot spellhittegolf
spell outduidelijk aangeven; duidelijk uiteenzetten; letter voor letter zeggen; nauwkeurig omschrijven; ontcijferen; spellen; uitvorsen
under the spell ofin de ban van
misspellverkeerd spellen
spellingschrijfwijze; spelling